8519p

17,3K

4de

Volg Hans op Twitter, op Facebook of op Instagram.

Of neem contact op via het Contactformulier.

De atletiekpiste

De atletiekpiste is mijn habitat: dagelijks breng ik er enkele uren door. Ik wil je deze week dan ook graag wat meer informatie meegeven over mijn ‘werkplek’.

De atletiekpiste: feiten!

Iedereen heeft al wel eens een atletiekpiste gezien. Misschien niet in ‘levende lijve’ maar waarschijnlijk wel al op televisie.
Een atletiekpiste heeft volgende eigenschappen:
– een ovale vorm: 2 bochten en 2 rechte banen
– de lengte van start tot finish is 400m lang
– meestal 6 tot 8 banen. Eén baan is 1,22 meter breed.
– de rechte lijn is minstens 110m lang
(het langste loopnummer zonder bocht is de 110 m horden bij de mannen.)
– de piste  is bezaaid met enkele honderden markeringen die allemaal een functie hebben: deze markeringen geven bijvoorbeeld aan waar horden moeten staan, waar het begin en einde van de aflossingszones voor estafette zijn, waar de start van de verschillende loopnummers is, …
Wist je dat elke atletiekbaan met 8 banen zo’n 60 startstrepen heeft!

Een atletiekpiste is niet enkel voorzien om te lopen. Zo zijn er ook standen voorzien voor andere disciplines: een zandbak voor verspringen en hinkstapspringen, een zone voor het hoogspringen, een kogelring, een discusring, een zone voor polsstokspringen en een waterbak en hindernissen voor steeplelopen.

De atletiekpiste: verschillen!

Hoewel alle atletiekpistes op het eerste zicht op elkaar lijken, bestaat er toch een grote variatie aan atletiekpistes. Over de standaardkenmerken heb ik je eerder al verteld, maar er zijn ook verschillen:

– de meeste pistes hebben 1 verspringbak, 1 hoogspringstand, … Maar er zijn ook atletiekpistes die meerdere verspringbakken en hoogspringstanden hebben. Dit heeft als voordeel dat je veel atleten tegelijk in competitie kan hebben. Maar belangrijker voor de atleet is dat je, met goedkeuring van de wedstrijdorganisatie, een andere stand kan gebruiken waar de wind gunstiger staat. Met als gevolg dat je betere prestaties kan leveren.

– het materiaal van de toplaag is niet overal dezelfde: er zijn gras-, sintel- of kunststofpistes.
De allereerste pistes waren graspistes. Daarna kwamen de sintelbanen, gevolgd door de kunststofbanen. Sintelbanen zijn gemaakt van gemalen rotsgesteente, kleisteen of baksteen. Ze bestaan nog steeds maar zijn in de meeste gevallen vervangen door kunststofbanen. Een groot nadeel van sintelbanen is dat ze bij regenweer erg modderig en moeilijk beloopbaar worden.
Kunststofbanen zijn veel harder en dus een stuk sneller om op te lopen dan de gras- of sintelpiste. Een ander voordeel is dat de markeringen niet worden weggespoeld door de regen. Er zijn twee belangrijke soorten kunststofbanen: de ‘tartan’baan en de ‘mondo’baan. Een mondobaan wordt over het algemeen als snelste atletiekpiste beschouwd. Sprinters geven resoluut de voorkeur aan een mondobaan. Om te trainen verkiezen veel atleten een tartanbaan omdat deze minder ‘hard’ is en dus minder kans geeft op overbelastingblessures.

De atletiekpiste: mijn herinneringen!

Door de jaren heen heb ik al heel wat herinneringen opgedaan op de atletiekpiste. Deze herinneringen zijn niet altijd even prettig: de keren dat ik uitgeteld op de piste lag na een zware training en moest overgeven. Of die keer dat ik geen handschoenen bij had en een uur sneeuw moest ruimen om enkele beloopbare banen te hebben. En dan is er nog het lichamelijke leed zoals die keer dat ik mijn enkel verstuikte na een zware val op de horde, mijn hamstring die scheurde tijdens het verspringen of mijn duim die brak tijdens een sprinttraining, … .

Maar gelukkig beleef ik er vooral mooie momenten: ik geniet enorm van de buitenlucht en de groene omgeving. Je leert er veel mensen kennen die dezelfde passie delen. Op de atletiekpiste moet ik elke keer weer het uiterste van mijn lichaam vragen, zowel technisch als fysiek. De piste is de plek waar ik persoonlijke records kan breken. En dat geeft me een enorme voldoening.

Ik heb je vandaag iets willen bijleren over de atletiekpiste. Je merkt dat de piste complexer is dan ze eruit ziet. Volgende week wil ik je graag iets bijleren over zout. Met het warme weer en de zware trainingen van afgelopen week heb ik regelmatig wat extra zout op mijn eten gedaan. Over het waarom, vertel ik je volgende week meer!